|
Aanleggen (on-)gestuurde boten De stormachtige wind van de laatste weken heeft tot schade geleid bij het aanleggen van (gestuurde) gladde boten. Hierom zijn, in overleg met bestuur en materiaalcommissaris een paar simpele regels opgesteld. Hierbij hebben we besloten om de 1e regel bindend te maken. De overige 2 zouden vanzelfsprekend moeten zijn, maar probeer er maar weer eens bewust aan te denken tijdens het aanleggen. 1: Kies de LOODSZIJDE van het vlot, dus tussen de palen door. Voor de gestuurde gladde boten is dit niet langer een advies, maar REGEL. Het gaat om de volgende boten: BIESBOSCH
wanneer ongestuurd geroeid. 3- 2: Leg de boot in juist STARTPOSITIE. Deze bestaat 2 zaken: AFSTAND en HOEK: minstens 5 bootlengtes voor de palen en HOEK: Richt de hartlijn van de boot (kiellijn van de boot), op de hoek van het vlot, tussen de 2 palen door. Door altijd vanuit deze positie te starten en in een rechte lijn aan te leggen, zie je de koersafwijkingen veroorzaakt door wind en stroming. Bij een gladde boot is het niet mogelijk de hoek tijdens het aanleggen nog te corrigeren. Leg de hoek van de boot dus precies goed voordat je begint met aanleggen. Tijdens het aanleggen hoef je nu allen deze lijn, dus van de startpositie naar de hoek van het vlot, aan te houden. Wordt je door zijwind van deze lijn afgeblazen, dan kun je dit corrigeren. Lukt het niet om dit te corrigeren en wordt je toch richting de palen geblazen, breek dan af en start opnieuw. Leg de boot in de 2e STARTPOSITIE ,iets verder in de richting van de wind. Wordt je door de wind uit koers geblazen van de STARTPOSITIE, omdat je moest wachten tot het vlot vrij was: eerst weer terugstrijken/roeien naar de juiste STARTPOSITIE voor je begint met aanleggen. Juist onder deze omstandigheden (sterke wind) is het belangrijk vanuit de STARTPOSITIE te beginnen. 3: MATIG je SNELHEID op tijd, want; geen snelheid = geen botsing. Stop in een gladde boot al voor de palen met roeien. Bij een 4- kunnen de beide boegen nog eerder laten lopen. Je kunt dan als stuur continu achterom kijken en hierdoor veel beter corrigeren tijdens het tussen de palen doorvaren en aanleggen. Probeer met snelheid 0 aan te komen op het vlot. Waarom kunnen bovenstaande boten niet aanleggen aan de kanaalzijde, maar mogen andere boten dit wel? Bovengenoemde gladde boten reageren slecht op stuurbeweging en zijn lang. Als je de boot op de onder 2 omschreven startpositie legt, dan zien je dat de landtong in de juiste aanleglijn ligt. Bij C-boten, skiff en 2-tjes kun je scherp sturen op lage snelheid, zodat je op het laatste moment toch nog goed uitkomt. Zijwind maakt het aan de kanaalzijde aanleggen nog lastiger/onmogelijk: de boot wordt weggeblazen richting kanaal, en gaat door de stuurcorrecties scheef. Hierdoor kom je schuin varend naar binnen. Als het dan nog lukt om langs de landtong te komen, dan vaar je met een gladde boot recht op het vlot af. Dit valt door de lengte en slechte roerreactie nooit meer te corrigeren, met als gevolg: een botsing met het vlot. Al deze zaken zijn ook behandeld in tijdens de cursus vaarbewijs DDP. Kijk deze ook nog eens door als het niet duidelijk is. Ook zijn Jan, Aron en ondergetekende graag bereid uitleg te geven als er nog zaken onduidelijk zijn. Nog even de 3
regels voor het aanleggen: |
Terug naar Aktueel-index